Met art. 3.65 Wet IB 2001 kun je een IB-onderneming (eenmanszaak/firmabelang) fiscaal geruisloos omzetten/inbrengen in een BV. Het kernidee: je voorkomt directe afrekening over stille reserves en goodwill; de fiscale claim schuift door naar de BV.
Je brengt in beginsel je gehele onderneming in (niet alleen losse activa). De Belastingdienst benoemt dit expliciet als voorwaarde voor geruisloze omzetting.
Je vraagt toepassing van art. 3.65 aan via een verzoek; de inspecteur beslist via een voor bezwaar vatbare beschikking (met standaardvoorwaarden).
De BV neemt de onderneming fiscaal over; in de kern blijft de claim ‘in de BV zitten’ (geen directe heffing bij omzetting zelf).
Als tegenprestatie ontvang je aandelen; deze mag je (uitzonderingen nagelaten) 3 jaar niet verkopen.
Vaak 1 januari (kalenderjaar), maar dat is een keuze die samenhangt met administratie/jaarafsluiting en (eventuele) terugwerkende kracht.
Wil je terugwerkende kracht, dan leg je vast vanaf wanneer de onderneming voor rekening en risico van de BV i.o. wordt gedreven en registreer je dit (met geleideformulier), je dient de voorovereenkomst aangetekend te verzenden en bewijs van tijdigheid te bewaren.
De BV bestaat civiel pas na oprichting; daarna volgt de inbreng (en verdere uitwerking in administratie/balansen).
Je vraagt om geruisloze omzetting en accepteert/volgt de standaardvoorwaarden (beleidsbesluit).
Je verwerkt de overgang in de administratie (voorperiode/overgang, fiscale openingsbalans BV, etc.). Dit werkt door naar IB/VPB-aangiften.
Aan een rechtsvormwijziging kunnen ook BTW- en loonheffing-gevolgen hangen. De Belastingdienst benoemt dit apart; laat dit in de uitvoering meeliften met je totale omzettingsplan.
Plan je BV-check en krijg concreet advies over timing, route en aandachtspunten.
CTA: Plan BV-check
Terug naar: Eenmanszaak omzetten naar BV